In de jaren 1900, in de periode waarin Paul Cantillon zijn activiteiten begon, waren de Brusselaars minstens even verzot op lambics als op bier, waarbij de eerste afkomstig zijn van een spontane gisting, in tegenstelling tot de tweede, meer industrieel en gemaakt op basis van cultuurgisten."Daarnaast noemen we onze gueuze ‘het champagne van Brussel’ aangezien het het resultaat is van de assemblage van verschillende lambics, net zoals champagne een assemblage van verschillende druivensoorten is", legt Jean Van Roy uit, 55 jaar, al decennialang actief bij Cantillon.Het verhaal had bovendien veel eerder kunnen eindigen, dit productie-systeem, weinig rendabel volgens de huidige criteria, werd begin jaren negentig massaal verlaten ten behoeve van zogenaamd gueuzes of krieks die op industriële wijze werden gemaakt.Zoals Jean Van Roy zelf toegeeft, zou Cantillon hetzelfde lot hebben gekend als zijn ouders niet hadden bedacht het om te vormen tot het "Bruxellois Museum van de gueuze" waar men nog steeds op traditionele wijze brouwt, altijd met XIXe-eeuws materiaal: een gietijzeren vat en een kookvat van rode koper, net als de koelschaal waar het wort met wilde gisten wordt ingeënt."Deze bewaring maakt Cantillon de laatste historische brouwerij van Brussel".Het duurt twee tot drie jaar om een echte gueuze te... lees verder bij Catawiki
Veilingagenda gebruikt cookies om je een zo goed mogelijke service te bieden. Zie ons cookie statement. Door verder te gaan op deze website stem je in met deze cookies.