„Dat is niet dood wat eeuwig liggen kan, en in vreemde aeonen mag zelfs de dood sterven.“ Deze twee regels laat H. P. Lovecraft in „The Call of Cthulhu“ citeren uit het verboden Necronomicon, voor het eerst gedrukt in 1928. In het verhaal staat hij voor Cthulhu, die diep in de zuidelijke Stille Oceaan in de verzonken stad R’lyeh ligt, niet dood, maar dromend, en wacht op het ogenblik dat de sterren weer recht staan.Deze schedel lijkt uit die diepte opgedoken te zijn. Over de kruin van het schedel en slapen kronkelt een gekammert huisje, geribd als de schaal van een Nautiloïde, wiens spiraal aan de zijkant oprolt, alsof het huis van een diepzeewes rechtstreeks uit het bot groeit. Aan de zijkanten van de kaak liggen schubben. Door alles heen trekt het groen van mossachat in vlokken en sluier, over meerdere halftransparante lagen heen, ineengevlochten, alsof men door zeewater op een begroeide bodem kijkt. Op vele plaatsen opent de steen zich tot kleine geoden en laat innerlijke kristalwerelden vrij, fonkelende grotten die geen licht gezien hebben, totdat de slijper ze opende. Elke rib, elke winding, elke kammergrens is met uitzonderlijke zorg uitgewerkt.Nautiloïden zwemmen al zo’n 500 miljoen jaar door de... lees verder bij Catawiki
Veilingagenda gebruikt cookies om je een zo goed mogelijke service te bieden. Zie ons cookie statement. Door verder te gaan op deze website stem je in met deze cookies.